Amerikaans met Brits sausje

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Bijzondere auto’s onder de hamer. Een stijger of daler voor de Marktmeesters en die ene opvallende auto te koop? Zaken die samenkomen op het Marktplein!

De motorfietsen van George Brough zijn legendarisch. Ze werden – met toestemming – aangeprezen als de Rolls- Royces onder de motorfietsen. De prijzen die ervoor worden betaald, zijn astronomisch. George Brough heeft tussen 1935 en 1940 ook auto’s gemaakt in zijn fabriek in Nottingham, zo’n 75 stuks. Het waren Amerikaanse Hudson- chassis waar Brough een Engelse koets op liet zetten. Hij bouwde er 25 met een achtcilindermotor, maar nadat Hudson door zijn concurrent Railton onder druk was gezet, wilde de Amerikaanse fabrikant alleen nog maar zescilindermotoren leveren aan Brough. George Brough probeerde het in 1938 nog met de V12 Lincoln-motor, maar van dat model, de Type XII met een Charlesworth- carrosserie, is er maar één gebouwd in de fabriek in Nottingham. Deze auto uit de collectie van Peter Beynon bracht in juli dit jaar op een veiling van Bonhams op het Goodwood Festival of Speed net geen 58.000 euro op. Er werden nog twee Brough Superiors geveild uit de collectie van Beynon: een 3,5-liter zescilinder die weg ging voor 36.000 euro en het topstuk, de 4,2-litre ‘Dual Purpose’ Drophead Coupé. Deze auto, met een carrosse- rie van William Clive Atcherley, heeft een kap die geopend geheel in de koets verdwijnt. De auto bracht ruim 89.000 pond op. Peter Beynon nam de auto in 1972 over van Connie Brough, de weduwe van de in 1970 overleden George. Een vriend van George kocht de auto in 1936 en ruilde hem in 1940 in voor een nieuwe zescilinder Brough. George gebruikte de auto tijdens de Tweede Wereldoorlog voor het vervoer van krukassen, die hij maakte voor de Rolls-Royce Merlin vliegtuigmotoren. De auto raakte beschadigd toen George tijdens een nachtelijk transport met krukassen door gesloten spoorwegbomen reed. Pas in de jaren zeventig werd de schade door Beynon hersteld. De auto werd vervolgens ingezet voor rally’s in Europa en in 1983 wonnen Beynon en zijn vrouw Rosaline de Fiva World Rally die in Amerika werd verreden. De auto’s van Brough vormen een bijzonder hoofdstuk(je) uit de Britse autogeschiedenis. Ze worden verkocht voor een fractie van de prijs van de motorfietsen van het merk.

In augustus rolde in de Fiat- fabriek in Melfi de laatste Punto van de band, zonder dat er een directe opvolger is ontwikkeld. Daarmee is er een einde gekomen aan de typenaam Punto, die voor het eerst werd gevoerd op de kleine middenklasser die in september 1993 op de auto- tentoonstelling in Frankfurt zijn debuut beleefde. De fabriek in het Zuid-Italiaanse Melfi werd speciaal voor de productie van de Punto gebouwd, maar Fiat wil in zijn fabrieken in West-Europa alleen nog de duurdere auto’s bouwen. Met het verdwijnen van de Punto verdwijnt ook de Alfa Romeo Mito, die op hetzelfde platform staat, dat samen met General Motors (GM) werd ontwikkeld. GM gebruikte het platform voor de Opel Corsa. De opvolger van de succesvolle Uno was een belangrijk model; de Punto heeft in drie generaties tijd de verwachtingen meer dan waargemaakt. Van het eerste model werden ruim 3,4 miljoen exemplaren gebouwd. Die oer- Punto heeft het in zich om uit te groeien tot klassieker van de toekomst. Kenmerkend aan het ontwerp van Giorgetto Giugiaro zijn de voorkant zonder grille en de hoog in de C-stijl geplaatste achterlichten. Samen met de Volvo 850 Estate en de Chevrolet Lumina APV zette de Punto daarmee een trend die werd gevolgd door onder meer Opel (Corsa) en Ford (Fiesta). Ook binnenin heeft Giugiaro zich kunnen uitleven met een dashboard uit één stuk, waarbij het gedeelte waar het instrumen- tarium in is ondergebracht in een vloeiende lijn overgaat in een grote bagageplank, waar- onder zich nog een afsluitbaar opbergvak bevindt. De Fiat werd uitgeroepen tot ‘Auto Punto was er in vele versies. De meest begeerlijke en meest bijzondere zijn de GT (met turbo), de Selecta (de automaat met de Nederlandse CVT) en de cabriolet, nota bene bedacht en gebouwd door Bertone. Deze auto voldeed – zonder rolbeugel – aan de Amerikaanse veilig- heidsnormen. In 1999 kwam de tweede generatie op de markt, die in eigen huis was ontworpen. De derde generatie uit 2005 was weer van de hand van Giugiaro.


23543213213213213213.jpg


Kennelijk is tienduizend euro veel voor een Mini, want deze staat al een paar maanden te koop. Onbegrijpelijk, want deze Mini 1000 Mk III van 1971 is bijna in nieuwstaat. Hoewel de historie van deze Mini niet bekend is, is wel duidelijk dat de vorige eigenaren zuinig op het autootje zijn geweest; zowel dorpels als subframes zijn nog als nieuw. De buitenkant is al eens opnieuw gespoten en de huidige eigenaar, Boris Meinders uit Almelo, heeft de koferbak en de motorruimte laten doen. De motor moest er toch uit, want de koets was dan wel in een zeer goede staat toen Meinders de auto ruim een jaar geleden kocht, maar technisch was de Mini er slechter aan toe dan hij had gehoopt. Om de auto goed rijdend te maken, was een gereviseerde motor nood- zakelijk. Een Mini-specialist uit Enschede heeft zich over de auto ontfermd, met als resul- taat niet alleen een motor die nog ingereden moet worden, maar ook een nieuwe koppe- ling en gereviseerde remmen. Een lange lijst met verwerkte onderdelen en materialen is ter inzage. Dit is nog een Mini uit de tijd dat ze als Austin en Morris werden verkocht. Tot 1971 was de Austin-versie nog de Seven en de Morris de 850 of de 1000, al naar gelang het aantal cc’s. 1971 was ook het jaar dat British Leyland het importeurschap in Nederland zelf ging verzorgen. Voor die tijd had je R.S. Stokvis in Rotterdam voor Austin en J.J. Molenaar in Amersfoort voor Morris (en MG). Na 1971 is het snel bergafwaarts gegaan met British Leyland. De Morris Min van Meinders is nog van vóór de ellende die uiteindelijk het einde betekende van zo ongeveer de hele Britse auto- industrie. Meinders schept er genoegen in om Mini’s van de oude stempel op te kopen   en op te knappen, er een tijdje mee te rijden en door te verkopen, om vervolgens weer opnieuw te beginnen.

De koper boft: voor de prijs van deze auto kun je zelf niet aan het werk. Wie beseft dat de prijzen van goede, originele Mini’s stijgen, weet dat hij niet te lang moet wachten.


Comments (0)

There are no comments posted here yet